Opzegtermijn bij ontslag door de werknemer in België
Wanneer een werknemer zijn contract van onbepaalde duur wil beëindigen, moet hij een wettelijke opzegtermijn respecteren waarvan de duur afhangt van zijn anciënniteit. Het Eenheidsstatuut heeft de regels sinds 2014 geüniformiseerd en de duur beperkt tot maximaal 13 weken.
1. Raster opzegtermijn werknemer
De duur van de opzegtermijn voor ontslag door de werknemer is ongeveer de helft van die voor ontslag door de werkgever.
Voorbeelden post-2014:
• < 3 maanden anciënniteit: 1 week;
• 6 maanden: 2 weken;
• 1 jaar: 3 weken;
• 5 jaar: 6 weken;
• 8 jaar en meer: 9 tot 13 weken (geplafonneerd).
2. Plafond van 13 weken
Ongeacht de anciënniteit kan de opzegtermijn bij ontslag door de werknemer niet meer dan 13 weken bedragen. Deze regel beschermt de werknemer en garandeert hem een redelijke mobiliteit, zelfs na een lange carrière bij dezelfde werkgever.
3. Geldige kennisgeving
Het ontslag moet schriftelijk worden meegedeeld, met duidelijke vermelding van het begin van de opzegtermijn en de duur. Drie methoden zijn toegestaan:
• aangetekende brief — de opzegtermijn gaat in op de 3e werkdag na verzending;
• persoonlijke overhandiging met handtekening van de werkgever — onmiddellijke werking;
• exploot van gerechtsdeurwaarder — weinig gebruikt in de praktijk.
De opzegtermijn begint altijd op een maandag (behalve indien de brief op de vrijdag ervoor wordt overhandigd, in bepaalde gevallen).
4. Tijdens de gepresteerde opzegtermijn
De ontslagnemende werknemer heeft recht op afwezigheden om een nieuwe baan te zoeken: een halve dag per week (1 dag in de laatste 6 weken), zonder loonverlies. Hij blijft zijn normale loon ontvangen en sociale rechten opbouwen tot het einde van de opzegtermijn.
5. Onmiddellijke beëindiging tegen vergoeding
De werknemer kan ook een opzeggingsvergoeding betalen gelijk aan het loon dat hij tijdens zijn opzegtermijn zou hebben ontvangen om onmiddellijk te vertrekken. Dit is zelden in de praktijk (duur voor de werknemer) maar wettelijk mogelijk.