Methodologie van de Bruto/Netto berekening in België
Deze pagina beschrijft de overgang van het maandelijks brutoloon naar het maandelijks nettoloon voor een Belgische werknemer (arbeider of bediende). De berekening past de RSZ-werknemersbijdrage (13,07 %) toe en vervolgens de maandelijkse bedrijfsvoorheffing gepubliceerd door FOD Financiën.
1. RSZ-werknemersbijdrage (13,07 %)
De persoonlijke sociale zekerheidsbijdrage van de werknemer is sinds 1998 vastgesteld op 13,07 % van het brutoloon (art. 38 § 2 van de wet van 29 juni 1981). Ze geldt zonder plafond, voor arbeiders en bedienden.
RSZ-bijdrage = bruto maandelijks × 0,1307. Het maandelijks belastbaar loon is het brutoloon verminderd met deze bijdrage.
2. Maandelijkse bedrijfsvoorheffing
De bedrijfsvoorheffing is de belasting die de werkgever aan de bron inhoudt. Ze wordt berekend op het maandelijks belastbaar loon volgens de officiële schaal die FOD Financiën jaarlijks publiceert (koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, bijlage III).
De schaal omvat maandelijkse schijven met een basisforfait en een marginaal tarief. De gezinssituatie van de werknemer (alleenstaande, gehuwd met één of twee inkomens, wettelijk samenwonende) bepaalt welke kolom van toepassing is.
3. Verminderingen voor gezinslasten
De voorheffing wordt verminderd met maandelijkse forfaitaire verminderingen op basis van het aantal kinderen ten laste (progressief forfait), het aantal andere personen ten laste en de erkenning van een handicap voor de werknemer of zijn partner.
Een kind ten laste erkend gehandicapt telt dubbel voor de toepassing van het forfait. De bedragen worden jaarlijks geïndexeerd en gepubliceerd in hetzelfde koninklijk besluit.
4. Maandelijks nettoloon
Maandelijks netto = maandelijks belastbaar loon − maandelijkse bedrijfsvoorheffing (na verminderingen).
Dit resultaat houdt geen rekening met het dubbel vakantiegeld, de 13e maand, de CAO 90-bonus of belastbare voordelen (bedrijfswagen, GSM, maaltijdcheques). Deze elementen worden afzonderlijk behandeld met een uitzonderlijke voorheffing.
5. Rechtsgronden
RSZ-werknemersbijdrage: koninklijk besluit van 28 november 1969, art. 38.
Bedrijfsvoorheffing: Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (art. 270 e.v.), uitvoerend KB bijlage III.
Jaarlijkse indexering: omzendbrieven FOD Financiën jaarlijks gepubliceerd (meestal in december voor het volgende dienstjaar).